Er zijn experimenten die je eigenlijk gewoon helemaal niet hoort te doen. Een levende goudvis in de vloeibare stikstof (-196°C) gooien is zo’n experiment. Een docent deed het. Kijk en huiver.
Je had misschien verwacht dat de goudvis na afloop in stukjes uiteengeslagen zou worden. Dit wordt vaak met bijvoorbeeld een roos, een mandarijnenpartje of een banaan wordt gedaan, die in de vloeibare stikstof hebben gelegen. Echter, na een paar seconde wordt de goudvis weer terug in het water gedaan, en leeft het beestje gewoon nog! Hoe kan dat?
De goudvis overleeft dankzij het Leidenfrosteffect. Doordat de goudvis meer dan 200°C warmer is dan de vloeibare stikstof, kookt de stikstof rondom de goudvis zo snel, dat er een dun isolerend gaslaagje ontstaat. Daardoor bevriest de goudvis niet meteen. Vaak wordt dit effect op een iets diervriendelijke manier gedemonstreerd door wat vloeibare stikstof over iemands hand te gieten. Maar dit kan natuurlijk ook.
Via Geekologie


Weet je zeker dat het hier om het Leidenfrost effect gaat? De vis lijkt toch minstens 7 seconden in de stikstof te zitten… waarschijnlijk lang genoeg om wél echt iets te bevriezen.
Ik kan me beter voorstellen dat hij gewoon tijdelijk in cryo is en weer langzaam tot leven komt in het water (al dan niet met lokale celschade).
Goede vraag. Als je een plens stikstof op een tafel/vloer gooit, dan houdt het Leidenfrost-effect best enige tijd stand. Maar z’n vinnen zullen natuurlijk best bevroren zijn geraakt. Wie gooit even een waterballonnetje met de massa van een vis in de vloeibare stikstof om te kijken hoe snel het bevriest?
Ja, ik twijfel ook. Ook omdat vissen koudbloedig zijn. Leidenfrost is wel goed te begrijpen bij een warme vaste stof met een veel koudere vloeistof, maar vloeistof-vloeistof? Maar helaas weet ik zo snel even geen experiment te verzinnen om dit uit te sluiten. Of je moet heel handig zijn met microscopen en het herkennen van ijskristallen in cellen. Hopen op celschade dan maar?
De voor levende cellen gevaarlijke ijskristallen ontstaat vooral bij langzame bevriezing rond de 17-20 graden. Dan groeien de kristallen langzaam groter en prikken ze na een poosje door celwanden en organellen heen.
Als je aan quickfreeze doet (zoals hier met vloeibare stikstof) groeien de ijskristallen van klein naar groot, maar ontstaan er heel vlug een heleboel kleine ijskristallen. Zo is het bijvoorbeeld ook veel beter om biobankweefsel heel vlug te bevriezen, omdat de weefselstructuur behouden blijft.
Wellicht is iets dergelijks hier ook aan de hand: de vis gaat even in statis door de extreem lage temperatuur. Hij lijkt ook wel harden stijf geworden als de docent ‘m weer naar het water verplaatst, dat gebeurt bij het leidenfrost effect toch niet?
Een volgende vraag is: hoe lang blijft deze vis nog in leven? Want hoewel weefsel wel behouden blijft bui quickfreeze, is het toch niet mogelijk om daar nog blijvend levende cellijnen uit te kweken. Wellicht heeft deze vis wel schade opgelopen, maar zien we dat niet meteen.