Treinpraat

Geregeld raak ik met mensen in de trein in gesprek. Tijdens zo’n gesprek is er altijd een punt dat mijn gesprekspartner vraagt wat ik nou doe, in het dagelijks leven.

“Ik studeer, hier in Utrecht.”
“Wat?”
“Scheikunde.”
“Ow.”

Vanaf dit punt vind ik het gesprek niet zo leuk meer. Gesprekspartners in de trein hebben niet zoveel nuttigs over scheikunde te vertellen. Nooit eens een nieuwtje dat ik nog niet kende of over een familielid van de gesprekspartner dat iets in de scheikunde deed. Sterker nog, gesprekspartners zeggen altijd hetzelfde na de verraste ‘ow’. Óf de gesprekspartner was vroeger altijd heel erg slecht in scheikunde, óf vond de proefjes vooral heel leuk, óf het enige dat de gesprekspartner heeft onthouden is dat H2O water is.

Nu vind ik mezelf sociaal-empatisch best leuk gelukt, maar ik weet ondertussen niet meer hoe ik op deze blijk van gebreken moet reageren. “Goh, wat leuk dat u dat onthouden heeft!” of “Ach, zo heel ingewikkeld is het niet. Iedereen doet waar hij goed in is.” zou beiden gelogen zijn.

Vanavond na een heerlijk dagje op het water, afgesloten met een geut wijn en zalig barbecue voer, heb ik nagenoten op een bankje bij de bushalte, mijn herinnering aan de zalige dag koesterend. In de trein terug naar huis was ik al met een mevrouw kort aan de praat geraakt over hoe heerlijk de DE fabriek ruikt in de trein en het zal niet waar zijn of ze komt nu weer naast me zitten, op het bankje bij de bushalte. We raken wat kort aan de praat en natuurlijk komt ook nu de vraag wat ik studeer. “Goh, knap hoor”. Wel een lieve mevrouw.

Nu komt er een nieuwe speler het toneel op. Een man aan mijn andere zijde vraagt “Och wat leuk. Zeg, ik heb een vraag waar ik al een tijdje mee loop. Mag ik je die stellen?” Een aantal (vind ik) grappige suggesties gaan door m’n hoofd, maar ik laat de man z’n vraag stellen.

“Van alle elementen die wel kennen, je weet wel, die scheikundige, zijn er ook van die elementen die we wel kennen, maar hier niet op aarde voorkomen maar wel in de ruimte?”

Pfff, zomaar, out of the blue. Euhm… Weet ik niet? Ik neem aan dat we hier op aarde alles wel eens hebben gedolven of gesynthetiseerd. Ik vraag de man wat hij voor werk doet (Greenpeace) en hij vraagt snel verder.

“Wat zijn nu de grote raadselen in de scheikunde? Waar zijn alle scheikundigen nou naar op zoek, ik bedoel, wat is het belangrijkste dat er nu nog ontdekt kan worden?”

Op dat moment komt mijn (onze) bus aanrijden en moeten we instappen. Ik kan zo snel niks verzinnen dus raad hem mijn (onze) weblog aan en stap de bus in. Ik loop wat verder door naar achter en als ik achterom kijk zie ik dat hij voorin gaat zitten. Jammer. Als iedereen zit en de bus nog even moet wachten, begint de man de ene vraag na de andere op de buschauffeur af te vuren over vertrek- en aankomsttijden in het algemeen en berekeningen over vertragingen. Natuurlijk geeft de chauffeur netjes en geïrriteerd antwoord.

Wat moet ik hier nu van denken? De mevrouw van de koffie vertelt me over haar zoon, dat die nu bij de politie is. Leuk.

7 gedachten over “Treinpraat”

  1. Goed punt, Mark! Natuurlijk herken ik dit niet van uit de trein, maar van situaties met minder onbekende/enge mensen, zoals met een juffrouw van mijn oude basisschool.

  2. Heej Aldo,
    Even over de vraag van die man, of alle elementen op aarde voorkomen. Dat is wel ongeveer zo, maar op andere plekken in het zonnestelsel zijn er hele andere elementen, of specifieke isotopen, die veel voorkomen. Over hoe dit komt is niet bijster veel bekend, al zijn er natuurlijk veel goede ideeen.
    In de universiteitsbibliotheek staat er een boekje, volgens mij het het “the *** of cosmochemistry”, dat over dat soort dingen gaat.
    Groetjes,
    Niek

  3. Heej Mark, deze is het volgens mij: “Chemistry of the solar system : an elementary introduction to cosmochemistry / [by] Hans E. Suess”
    Het is wel droge kost, maar wel leuk om een keer gelezen te hebben.
    Groetjes,
    Niek

Geef een reactie



Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *