Nederlandse chemie als een boeddhistische mandala

Deze column verscheen vorige week in Chemie Magazine, het maandblad van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI).

Aldo Brinkman is promovendus aan de TU Delft. Daar doet hij onderzoek naar veldeffect-transistorsensors. Samen met Mark Vis, promovendus aan de Universiteit Utrecht, blogt hij op www.scheikundejongens.nl.

Zal de chemie in Nederland uitsterven? Een belachelijke vraag. Toch kom ik die steeds vaker tegen op blogs, LinkedIn, conferenties en documentaires. Is dit net zoiets als vragen of Frankrijk wel een vakantieland blijft? Laat ik kort uitleggen welk probleem mensen vrezen, en wat volgens mij het échte gevaar is.

Lees verder Nederlandse chemie als een boeddhistische mandala

Over het oogsten van goud uit elektronica

Twee weken geleden belde een vriend van me: hij wilde graag een experiment doen, maar hij had wat hulp nodig. En een lab. En de chemicaliën. En het moest binnen een week. Op het eerste gezicht een goed idee, toch?

De technicus van het lab heeft een kleine privéverzameling oude CPU’s, printplaatjes en contactjes. Hier is een kleine selectie te zien. De hele verzameling is absoluut niet genoeg om aan het minimum van een gram te komen.

Lees verder Over het oogsten van goud uit elektronica

Waarom de Nederlandse wetenschapsjournalistiek beter moet

Een paar jaar geleden ben ik samen met een vriend van me de Scheikundejongens begonnen. We vonden het leuk om wat te vertellen over de dingen die ons bezig hielden. Door onze blog kwamen we leuke mensen tegen met leuke sites en mooie ideeën. Kennislink was een van de eerste andere wetenschapsblogs die we tegenkwamen. Die zwaar-gesubsidieerde site bestaat uit een heleboel secties, waarvan een paar natuurwetenschappelijk zoals Kennislink|Scheikunde. En na zoveel jaar kan ik wel stellen dat we leuk contact hebben met Kennislink.

De Scheikundejongens zie ik ook als een plek waar ik kan leren schrijven. Op de universiteit leer ik Engelstalige wetenschappelijke verslagen en artikelen te schrijven, maar voor de Scheikundejongens schrijven vind ik eigenlijk lastiger. Ik heb een slechter beeld van wie mijn publiek is, materie compleet behandelen is veel gemakkelijker dan materie begrijpelijk opschrijven, en op de universiteit zijn er veel mensen die me willen leren schrijven. Mark en ik geven elkaar wel veel tips en commentaar, maar dat is toch een beetje zelf het wiel uit proberen te vinden. Wetenschapsjournalistiek is moeilijk.

Maar, wetenschapsjournalistiek is wel belangrijk. Vandaag opende de nrc.next op de voorpagina met “Wetenschap is ook maar een mening.” Ik kan wel huilen als ik dat soort dingen lees. Gelukkig is het bijbehorende artikel genuanceerder. We leren uit het stukje dat iedereen met toegang tot Internet en scholing, mee kan doen aan wetenschappelijk denken. Wikipedia is voor praktisch iedereen leesbaar en relatief “(…) veel mensen hebben enkele jaren training gehad in kritisch denken.” Maar is dat genoeg? Kan iedereen nu alles begrijpen? Ik denk het namelijk niet. Want wie zegt dat je het bij het juiste eind hebt? Een pagina die je op Internet hebt gevonden, of een fysiek iemand die zich jaren heeft verdiept in het onderwerp?

Wetenschapsjournalistiek moet zorgen voor begrijpelijke én betrouwbare informatie. Hartstikke fijn dat er een mooi artikel in Nature of Science staat, maar wie leest dat? En wie begrijpt dat? Pas als de Quest of de wetenschapsredactie van een fatsoenlijke krant zich er over heeft gebogen, krijgt het brede publiek hapklare brokken informatie. De nuance die in een wetenschappelijk artikel staat, kan niet goed begrepen worden door een leek, dus zal iemand dat op moeten breken in concrete feiten. Voorbeeld: een artikel in Nature claimt dat nieuw onderzoek op het gebied van kanker, een bepaald medicijn beschikbaar maakt. Wat de wetenschappers die dit lezen begrijpen — en wat de wetenschapsjournalist die hierover bericht moet opschrijven — is dat voordat een medicijn op de markt komt, er nog járen (15–20) klinische proeven gedaan moeten worden. Het denkkader waar wetenschappers jarenlang in getraind zijn, moet door wetenschapsjournalisten kant-en-klaar aangeleverd worden voor de geïnteresseerde lezer.

Maar nu terug naar mijn stelling: waarom is de Nederlandse wetenschapsjournalistiek, ondanks het belang, zo ongezond? Politici schermen graag met het gegeven dat Nederland een kenniseconomie is. Mijn observatie is dat er in Nederland weinig ongesubsidieerde blogs zijn met een wetenschappelijke tint. Die van de Wiskundemeisjes, Sciencepalooza en die van ons zijn de énige blogs waarvan ik zeker weet dat ze niet zwaar gesponsord worden en met hoge regelmaat wat schrijven. Maar dan zijn de Wiskundemeisjes eigenlijk alweer gestopt met bloggen. Nota bene: als ik iets over het hoofd zie, laat me dat alsjeblieft weten in de commentaren hieronder.

Iets anders waar ik me al jaren over verbaas, is de hoeveelheid redactie van het gemiddelde wetenschapskatern. Of dat nu een krant is, of een website, of voor mijn part de NOS. Wetenschap is niet iets dat je er eventjes bij doet. Wetenschap is niet een kwestie van ik vind dat-en-dat en hij vindt van niet. Wetenschap is exact en genuanceerd. Waarover je moet nadenken en waarin je gemakkelijk fouten maakt. Een wetenschapsredactie is niet iets dat uit één persoon kán bestaan. Uit principe moet een wetenschapsredactie uit meerdere mensen bestaan, anders kun je elkaar niet controleren en bekritiseren.

Tot slot is er dan nog het gebrek aan interesse. Of nee, interesse is het verkeerde woord. Aanzien. En dan heb ik het niet over de kwestie ‘vleeseters zijn hufters,’ maar over wat de gemiddelde middelbare scholier van wetenschap vindt. Misconcepties waar ik heel ongelukkig van word, zijn: beta is alleen voor jongens; wetenschap is saai; beta is voor nerds; het is okay om niet goed te zijn in wiskunde of beta; enzovoorts. Toch hebben maar weinig scholieren door dat kleine tweaks en hacks op hun computer, of het nadenken over hoe je het best kan levelen, eigenlijk al wetenschappelijk is. En dat is okay. Niks om je voor te schamen. In tegendeel, iets waar scholieren eigenlijk veel meer in gestimuleerd kunnen worden.

Wetenschap is belangrijk en het begrip van wetenschap hoort bij deze tijd. Maar er wordt te weinig aandacht besteed aan het uitleggen van wetenschap na de middelbare school. Steeds meer mensen hebben kritisch leren denken, maar ik denk dat veel mensen nog foute conclusies trekken. En de wetenschapsjournalistiek moet harder z’n best doen om dat te veranderen.

SciMobileApps: een wiki voor wetenschappelijke apps

Kijk, weer zo’n vernuftig ideetje, vers van het Internet: SciMobileApps.

Op deze verdwaalde vrijdagochtend een tip voor iedereen met een smartphone en sympathie voor Wikipedia. Ik denk dat iedereen ondertussen wel weet wat mijn meningen zijn over de Nederlandse en de Engelse Wikipedia. Maar het concept van een wiki — iedereen is vrij om naar eigen inzicht wat toe te voegen — vind ik nog steeds extreem interessant. Hoewel Chempedia ondertussen de geest heeft gegeven (snap ik), is ChemWiki doorgegaan met uitbreiden.

Maar er is natuurlijk meer dan alleen het Internet. Sterker nog, er schijnt een verschuiving plaats te vinden van de browser naar apps (van het Engelse application, wat ‘programma’ betekent). Toen de iPad aangekondigd werd en later ook daadwerkelijk uitkwam hebben we al eens een aantal suggesties gegeven van wat nou interessante ‘science apps’ zijn. Eerlijk gezegd ben ik sinds die tijd niet heel veel nieuws tegengekomen. Wel desktopprogramma’s die geschikt gemaakt zijn voor Apple’s mobiele besturingssysteem iOS (zoals Papers of Mendeley).

Maar er is goed nieuws. SciMobileApps is een website zoals Wikipedia: iedereen kan bijdragen aan de ultieme verzameling wetenschappelijke-gerelateerde apps voor smartphones. De wiki bestaat nog maar sinds begin deze maand, dus tot nu toe stelt het nog niet zo heel veel voor. Nu is het vooral een lijst met alle apps, gesorteerd naar categorie (zoals scheikunde, natuurkunde, tijdschriften en referentie management). In de loop van de tijd zullen mensen meer apps toevoegen, hun mening erover geven en apps aan- of afraden. Vooral dat laatste is erg interessant, omdat er nu eigenlijk geen goeie manier is om op voorhand uit te vinden wat de kwaliteit is van een app.

Toegegeven, de opmaak van de site is eenvoudig (tot op het saaie af) en er is duidelijk een schrijnend tekort aan aantrekkelijke afbeeldingen — ik stel me zo voor dat er van elke app zeker een paar screenshots of filmpjes bijgevoegd kunnen worden — maar ik ben erg enthousiast over dit initiatief. Ik heb wel eens websites gezien die proberen een soortgelijk overzicht te maken, maar als dat overzicht van de bijdrage van maar één iemand afhangt, is dat praktisch gedoemd om na verloop van tijd te verwateren en achterhaald te geraken. Op deze manier is in ieder geval dat probleem verholpen.

Wat vinden jullie, dragen we allemaal eventjes een paginaatje bij? Kijk eventjes rond op www.SciMobileApps.com.

Via Sciencebase

Overpeinzing van de dag II

In het gewone leven gebruiken mensen graag spreekwoorden en gezegden.  Als ik in het Engels niet goed uit m’n woorden kom, en ik het spreekwoord letterlijk vertaal, wordt vaak toch wel begrepen wat ik ongeveer bedoel. Dat zijn fijne momenten. Maar niet alleen in het gewone leven zijn spreekwoorden aan de orde van de dag, in de wetenschap zijn er ook een aantal — bijna aan het jargon-grenzende — spreekwoorden en gezegdes. Eerder schreef ik daarover hier.

Het volgende “spreekwoord” wordt verdacht vaak door professoren aangehaald om aan te geven dat een bepaald soort discussies toch nooit uitloopt op overeenstemming:

Don’t argue with idiots. They will drag you down to their level and beat you with experience.
— Greg King, stand-up comedian

Vrij vertaald zou dit betekenen “Ga niet met idioten in discussie; ze zullen je naar hun niveau sleuren en verslaan met ervaring.”