Vissers en hengels

Op een fantastisch eiland van wonen twee mensen. Zij wonen daar alleen en ze eten alleen vis. Ze hebben één bootje, twee hengels en een heleboel vrije tijd. Elke dag gaan ze met het bootje het water op en vangen meer dan genoeg vis om te kunnen overleven. Zo doen deze twee mensen dit al zo lang als hun geheugen strekt.

Op een dag bedenkt een van de twee een manier om nóg meer vis te kunnen vangen: een visnet. Tijdens het vissen spreekt hij de andere visser aan: “Zeg, als ik nou een manier zou hebben, om méér vis te kunnen vangen, zou dat niet mooi zijn? Dan hoeven we voortaan niet de héle dag meer te vissen.” Na een korte discussie wordt besloten dat een visser genoeg vis kan vangen voor beiden, dus de andere visser moest zijn idee maar eens gaan uitwerken.

Een week lang vangt de ene visser net genoeg vis voor hen beiden en de andere visser prutst een net in elkaar. Als de week nog maar net om is, laat de tweede visser zijn net zien en het blijkt een succesverhaal. Vanaf dat moment is vissen een eitje, zodat beiden vissers elke dag een paar uurtjes per dag naar de wolken kunnen kijken.

Deze metafoor werd gister aan de koffietafel besproken. Het verhaaltje komt van Jan Terlouw en ik heb de vrijheid genomen om hem te parafraseren. Vandaag wordt er gestaakt en eigenlijk gaat het gewoon om wetenschap en om wetenschappers op te leiden. Ik denk dat iedereen met bovenstaand verhaaltje er wel uit komt. En voor iedereen die daar moeite mee heeft, heeft xkcd nog onderstaande comic.

Bonusantwoord.

Langstudeerders tegen langstuderen

Deze week zijn er in Nederland studentenprotesten tegen de bezuinigingen van ruim 1 miljard euro op het hoger onderwijs (HBO en WO). Vanaf afgelopen maandag tot vandaag worden er in Utrecht, Groningen en Amsterdam achtereenvolgens studiemarathons gehouden en komende vrijdag gaan studenten én docenten uit het hoger onderwijs massaal protesteren op het Malieveld in Den Haag. Op moment van schrijven hebben zich al meer dan 11.000 studenten aangemeld voor deze manifestatie. Maar wat zijn dan die plannen waar we tegen protesteren?

  1. De studiefinanciering voor de masteropleiding vervalt. Je kunt alleen nog geld van de overheid lenen, dus uiteindelijk zul je het helemaal zelf moeten bekostigen Veel masteropleidingen bij exacte studies, zoals scheikunde, duren twee jaar, dus je loopt twee jaar lang (minimaal) € 266,- per maand ‘mis’. Lenen vind ik sowieso een slecht idee (hypotheken uitgezonderd). Nu kun je zeggen dat studenten dan maar (meer) moeten gaan werken naast hun studie. Dat is geen reële optie, want uit eigen ervaring kan ik zeggen dat studeren zeker wel een full-time bezigheid is. Verder is dit een slecht idee, vanwege punt twee.
  2. Als je meer dan een jaar studievertraging tijdens je bachelor of master oploopt, dan:
    • wordt je collegegeld met € 3000,- verhoogd van naar ongeveer € 4700 per jaar;
    • vervalt je OV-studentenkaart;
    • krijgt de onderwijsinstelling waar je studeert een boete van € 3000.

    Ter verduidelijking: als je bachelor 3 jaar duurt en je master 2 jaar, dan mag je 4 jaar over je bachelor en 3 jaar over je master doen zonder extra te gaan betalen. Echter, doe je 5 jaar over je bachelor en twee jaar over je master, dan ben je wel de pineut en betaal je één jaar € 3000,- extra.

Deze maatregelen komen nog bovenop de eerder aangekondigde maatregelen die een tweede studie fors duurder maken. Hoeveel duurder precies hangt af van de opleiding en instelling. Een tweede bachelor in bèta of biomedische richting aan de UU gaat bijvoorbeeld € 9.385,- kosten, terwijl een tweede master in diezelfde richting € 17.700,- gaat kosten. En dan te bedenken dat ik genoeg docenten en professoren ken, die wel (vakken bij) een tweede opleiding gevolgd hebben.

Helaas is het niet zo moeilijk om studievertraging op te lopen. Een bestuursjaar, commissiewerk binnen je studievereniging, een tweede studie, extra vakken volgen bij een andere opleiding, een stage in het buitenland, spelen voor chemiepolitie, een aanstelling als studentassistent: ze leveren allemaal belangrijke ervaring op, maar ze zijn tegelijk een garantie dat je in meer of mindere mate vertraging oploopt. Tot nu toe was dit nooit een groot probleem, maar studenten die wat extra’s doen wordt het nu wel lastig gemaakt, terwijl het bedrijfsleven zit te springen om mensen met bestuurservaring. En dan moeten we ook nog een bijbaantje zoeken om ons onderwijs te bekostigen? O ja, in Zweden is het hoger onderwijs trouwens helemaal gratis.

Mogen we onze minister-president er ook aan herinneren dat hij 7 jaar over zijn studie geschiedenis heeft gedaan? En dat Maxime Verhagen daar zelfs 11 jaar over deed?

Ik ben me er van bewust dat er ook studenten zijn die teveel zuipen daardoor te lang over hun studie doen. Natuurlijk moet dat wél tegen worden gegaan, bijvoorbeeld met strengere bindende studieadviezen. Maar van de voorgestelde maatregelen zijn ook enthousiaste studenten ten onrechte de dupe. Dus teken de petitie en kom protesteren!

Overpeinzing van de dag

Als je door de Scheikundejongens heen zou scrollen, kom je niet ongeregeld lange lappen tekst tegen. Vandaag een korte overpeinzing. Een overpeinzing voor iedereen, die voor veel mensen iets anders zal betekenen en die je iets anders kan leren. In het geval dat je het er niet mee eens bent, hoor ik dat natuurlijk graag in de commentaren hieronder. Een vertaling van een citaat van Nobelprijswinnaar Roald Hoffman:

“Als ik scheikunde aan buitenstaanders probeer uit te leggen, heb ik grofweg drie soorten publiek: de man op de straat, mede-academici in de geesteswetenschappen en natuurkundigen. Alledrie de soorten publiek weten even weinig van scheikunde, maar het lastigste publiek is toch wel de natuurkundigen, omdat zij denken dat ze het begrijpen, maar dat doen ze niet.”

Via de Curious Wavefunction

Een volgende manier van wetenschap

Wetenschap werkt simpel (lees: idealiter) gezegd op de volgende manier: 1) iemand komt met een idee; 2) hij/zij zoekt naar wetenschappelijke artikelen om te kijken wat er al over bekend is; 3) doet onderzoek; 4) schrijft zijn/haar bevindingen in een artikel op; 5) het artikel wordt gepubliceerd.

De échte wetenschap speelt zich af in stappen 1 en 3: creativiteit en originaliteit zijn verschrikkelijk belangrijk en de rest is intelligentie (boekenkennis) en doorzettingsvermogen. Dit proces is een ode an sich waard. In “De Magie van de Wetenschap” is een goeie poging gedaan om deze momenten te vangen. Ik zou pagina’s vol kunnen prevelen over de schoonheid van dit niveau van wetenschap, maar het zal niets zijn in vergelijking met de real deal.

Helaas heeft ook het bestaan van een wetenschapper saaiere kanten. Gelukkig worden studenten al snel hiermee in aanraking gebracht, zodat ze op tijd kunnen stoppen met hun studie. Een noodzakelijk kwaad is het zoeken naar en begrijpen van de literatuur. Dé Literatuur. Het collectieve geheugen van de moderne natuurwetenschap, gepersonificeerd als het Internet. Waar wetenschappers een decennium geleden of meer nog fysieke tijdschriften doorbladerden, zijn Google Scholar, Web of Science en PubMed onze kappers. Vanuit daar ploegen wetenschappers de digitale versies van hun begeerde tijdschriften door. Eerst was het een crime om genoeg tijdschriften te verzamelen en de referenties op orde te houden, nu is het vervelendste om niet teveel artikelen te verzamelen en de referenties op orde te houden.

Een wetenschappelijk artikel lezen is een zwaar en intellectueel uitdagend proces. De auteurs hebben hun best gedaan om zoveel mogelijk informatie, op een nog steeds leesbare manier, in zo weinig mogelijk tekst te weven. Een artikel begint met een titel, dan een korte samenvatting van het complete artikel (de abstract), dan een inleiding (waarom werd dit onderzoek uitgevoerd), et cetera. Tijdens het globale zoeken wordt meestal niet verder gelezen dan de titel, bij meer interesse worden de afbeeldingen geskimd, daarná pas de abstract en als dan de absolute relevantie vast gesteld is, wordt het hele artikel van binnen en van buiten gelezen. Maar lieve lezer, vergist u niet, een aantal pagina’s lezen kan zo een hele werkdag in beslag nemen. De hoeveelheid informatie per zin is ongekend en uiterste concentratie is nodig om elk cruciaal detail te extraheren.

Maar nu, als Kind Van Het Internet, ik denk dat dit beter/gemakkelijker/sneller kan.

De artikelen die nu digitaal beschikbaar zijn, zijn niet meer dan restanten van een papieren tijdperk. Ze worden opgemaakt alsof ze in een papieren tijdschrift gepubliceerd zullen worden, terwijl ze meestal digitaal gelezen worden. Heel raar eigenlijk. Het allermooiste op het Internet is de hyperlink. Maar waarom staan referenties er dan nog altijd netjes als superscript1 of als parenthese [2] tussen? Als ik op de Scheikundejongens iets interessant vind om naar te verwijzen, voeg ik zelf een link toe. Maar wetenschappers kunnen dat niet. Als ik een artikel lees, en er wordt een stelling gedaan, staat er een referentie naar. Onderaan de pagina, of aan het einde van het artikel, staat dan een volledige referentie waarmee ik in mijn favoriete zoekmachine overweg kan. Maar waarom moet ik dat allemaal zelf ‘met de hand’ doen? Waarom zijn hyperlinks geen optie?

Het Internet is er klaar voor, tekstverwerkers zijn er klaar voor, computers zijn er klaar voor, maar alleen uitgevers zijn te conservatief of te lui om mee te gaan met de prachtige verbeteringen die onze tijd ons schenken. Maar ach, een fatsoenlijke RSS feed of Open Science is ook nog steeds teveel gevraagd. Tot die tijd zal ik mijn kleine steentje bijdragen met de volgende tip:

% --- Packages --- %

\usepackage{hyperref}

% --- Settings --- %

\hypersetup{
colorlinks,
citecolor=black,
filecolor=black,
linkcolor=black,
urlcolor=black
}%zorgt voor onopvallende hyperrefs

  1. Voetnoten zijn een van de meest verschrikkelijke afleidingen die een schrijver kan gebruiken. Je kan jezelf niet meer in de voet schieten dan met het gebruik van dit soort belachelijke afleidingen. Als het belangrijk genoeg was wat je in je noot wil zetten, maak er dan een mooi verhaal van en zet het in de tekst.
  2. Of is het enkelvoud parenthesis?

Zo promoot je wél

We hebben al vaker geschreven over hoe je scheikunde, of wetenschap in het algemeen, wel en niet promoot. Een pornoster inhuren voor reclame van je universiteit is waarschijnlijk een slecht idee, maar we lieten ook zien dat er bedrijven waren die het wel snappen.

Bladerend op YouTube kwam ik op het kanaal van de Universiteit van Cambridge. Die universiteit heeft duidelijk ook begrepen hoe je wetenschap moet presenteren. Onder de noemer “Cambridge Ideas” leggen wetenschappers op een begrijpelijke manier uit wat voor onderzoek ze doen. Hieronder vind je een aantal mooie filmpjes die enigszins met scheikunde te maken hebben.

In “Sticky feet” legt Chris Clemente op veel te enthousiaste wijze uit waarom insecten tegen een muur op kunnen lopen en zelfs omgekeerd aan een plafond kunnen blijven hangen: ze hebben plakkende voetjes — Van der Waalskrachten in volle actie! Maar hoe komen ze dan weer los?

David MacKay is een natuurkundige en bekend van het boek Sustainable Energy — Without the Hot Air. In het filmpje “How Many Lightbulbs?” legt hij in klare taal uit wat voor maatregelen er nodig zijn om het broeikaseffect tegen te gaan en een energiecrisis te vermijden.

Tot slot een filmpje van Alan Tunnacliffe getiteld “Just Add Water” over organismen die kunnen overleven in de meest bizarre omstandigheden, zoals ondergedompeld in vloeibare stikstof, kokend water, of in extreme droogte.

Weten jullie nog mooie wetenschappelijke promotiefilmpjes? We zien jullie suggesties graag terug in de reacties hieronder.